Opvoeden is nooit easy. Je wilt dat je kind in de maatschappij kan meedraaien als zelfstandig en zelfverzekerd persoon. Maar hoe doe je dat als je je kinderen in twee – erg verschillende – culturen wilt laten meedraaien?
De drie R-en
In mijn dagelijks opvoeding ga ik niet erg mee in de (on)regelmaat van de gemiddelde Oegandese moeder en houd ik strikt vast aan mijn Hollandse aanpak. Twee van de 3 R-en bestaan hier namelijk niet.
Reinheid wel: elke dag douchen, de kleren altijd schoon en gestreken, het haar netjes, schoenen gepoetst. Keurig.
Rust dus niet: mijn dj-in-spé buurman test gerust om 7 uur ’s ochtends knalhard – en zonder gêne – zijn muziekinstallatie en knalt daarmee de hele buurt wakker.
Regelmaat, daar doen ze hier ook niet aan: je slaapt als je moe bent (dan ga je gewoon ergens liggen) en je eet als mama kookt (hoe laat dat is, dat bepaalt mama elke dag weer opnieuw).
Dat de verschillen tussen de Nederlandse (Westerse) en Oegandese (Afrikaanse) cultuur nogal groot zijn, dat weet iedereen. Maar hoe groot, dat besef je pas als je er middenin zit. Een mening hebben, respect, zelfontplooiing – geen kleine jongens waar het opvoeden betreft en waar ik opeens veel bewuster over na moet denken.
Een Mening Hebben
“Zeg minstens één keer op een dag nee”. Tegen mij mogen mijn kinderen dat best doen, omdat ik het belangrijk vind dat ze hun mening leren geven (ook al vind ik het prettiger als ze gewoon naar me luisteren, vooral als ze moe en hyperactief zijn).
Maar dit brengt in Oeganda wel problemen met zich mee. Hier wordt van kinderen verwacht dat ze luisteren, gehoorzamen en – zonder tegenspraak – orders van volwassenen opvolgen.
Een mooi voorbeeld van de Hollandse Keuzevrijheid gaf mij eens een Oegandese moeder die al ruim 20 jaar in Nederland woont. Haar was het destijds opgevallen dat een Nederlandse moeder haar kind ’s ochtends tussen twee setjes kleren laat kiezen en dat een Oegandese moeder één setje kleren aan haar kind geeft met de opdracht deze aan te trekken.
Respect
Volgens Olivia (mijn schoonzus, opgegroeid in Oeganda en al ruim 10 jaar wonend in Nederland) wordt in de Oegandese cultuur Respect er van jongs af aan met de paplepel ingegoten. “Kinderen in Afrika hebben veel meer respect voor hun ouders dan kinderen in Europa. In Europa mogen kinderen gewoon hun grote mond opzetten, terwijl je in Afrika luistert als je ouders tegen je praten. En anders krijg je gewoon klappen hoor.”
Een ander teken van respect – aldus Olivia – is dat je in Afrika grote mensen nooit bij hun voornaam noemt. Je zegt altijd ‘aunti’ of ‘uncle’ of ‘jajja’ (opa/oma). In Nederland kan een kind zijn oom gewoon Piet noemen of zijn opa Arie. Persoonlijk vind ik het wel prettig dat mijn stiefkleinkind (Kaylen van 3) mij gewoon ‘Vanessa’ noemt i.p.v. ‘oma’, anders voel ik me echt bejaard op mijn 34e, haha!
Betrokkenheid en begeleiding
Wat mij zelf is opgevallen is dat kinderen hier veel alleen gelaten worden. Niet dat dat altijd erg is, kinderen zijn megacreatief en bedenken – alleen of met elkaar – wel een spelletje. Maar wij Hollandse moeders stimuleren de kinderen bewuster: samen blokkentorens bouwen, knutselen of een boekje lezen. De moeders die ik hier ken zijn meestal druk bezig met het huishouden, koken of elkaars haar vlechten. De oudere kinderen moeten zich maar op straat vermaken en de baby’s zitten simpelweg de hele dag op schoot of voor huis, vaak zonder speelgoed.
Dus… wat krijgen mijn kinderen van mij mee uit deze culturen?
Uit de Oegandese neem ik het volgende mee:
– dat je met je handen mag eten;
– dat meisjes netjes met hun benen dicht zitten;
– dat je altijd mag gaan dansen als je muziek hoort. Leef je uit en stoor je vooral niet aan de mensen om je heen.
En dit neem ik er vast niet uit mee:
– het idee dat er in Europa geld aan de bomen groeit;
– dat mijn kinderen moeten knielen als ze een volwassene begroeten of iets aangeven;
– dat jongens niets in het huishouden hoeven te doen. Voor mij zijn meisjes en jongens gelijk. (Wat als Patrick later met een Hollandse meid trouwt? Dan moet ‘ie toch zeker wel een ei kunnen bakken?)
Uit de Nederlandse cultuur neem ik mee:
– dat het oké is om privacy te hebben en dat je niet al je speelgoed met anderen hoeft te delen;
– doe wat je doet goed;
– “loop niet te lummelen, wees op tijd!”
En deze opvoedadviezen laat ik lekker in de Lage Landen:
– spruitjes leren eten;
– te snel een oordeel over iets of iemand vellen, wacht gewoon eens rustig af;
– slechts één koekje bij de thee geven.
Kindertjes in Nederland…
Iets dat mijzelf door mijn ouders is aangeleerd, maar wat je mij nooit tegen mijn kinderen zult horen zeggen is: “Honger?! Kindertjes in Afrika, die hebben pas honger.” Maar op die zeldzame keren dat Zora zegt: “Mam, ik heb het koud” zeg ik wel: “Koud?! Koud? Kindertjes in Nederland, die hebben het pas koud”.