Ik ben de Koningin der Onderschatting en zie de wereld het liefst door een roze bril. Daarnaast ben ik, volgens mijn vrienden, de Flexibiliteit Zelve en pas ik mij vrij makkelijk aan ’n nieuwe situatie aan (de enige constante factor in de afgelopen 15 jaar is mijn kat). Stiefkinderen? Prima. Een ander huis? Okay dan. Zelfs een hotelkamer noemde ik na een aantal dagen al ‘thuis’. Kortom, het feit dat vriendin Brenda – die zelf regelmatig in Marokko te vinden is – tegen me zei dat ik zeker een half jaar nodig zou hebben om te wennen aan een ander land, leek me nogal sterk. Maar hier in Oeganda heb ik mijn roze bril toch even op het nachtkastje gelegd…
Geen huishouden en meubels
Ik ben nog niet over elk aspect van Oeganda enthousiast, maar het begint inderdaad te wennen na 5,5 maand. Het is een heul groot voordeel dat ik hier geen huishouden (incl. koken) hoef te doen en ontzettend veel tijd met mijn kids kan doorbrengen. Ik kan elke avond lekker buiten zitten, hoef nooit een jas of dikke pyjama aan en we plukken dagelijks vers fruit van onze eigen bomen.
Nu begon ik mijn tijd in Oeganda ook wel met een behoorlijke achterstand qua fysieke gesteldheid, energielevel (lees: geen) en hormoon-IN-stabiliteit. Die laatste twee zijn nog steeds niet de oude trouwens… Daarnaast hadden we maar de helft van onze kleding en spullen en was ons huis nog verre van ‘af’; we hadden zo goed als geen meubels, afgezien van onze plastic eettafelset. Ik had pas na 4 maanden het gevoel dat mijn huis ook echt mijn thuis was.
Heimwee is heftig
In die eerste maanden in Oeganda heb ik voor het eerst in mijn leven het gevoel van Heimwee ervaren. Dat kende ik tot dan toe nog niet, maar vind het een behoorlijk heftige emotie. Nog steeds komt ‘t weleens met vlagen voorbij en mis ik de luxe van Nederland, mijn familie en vrienden. Maar dan bedenk ik me weer waarom we dit ook alweer doen en zet ik gauw mijn roze bril weer op.
Het goede aan ‘in mijn toestand’ emigreren is het feit dat ik kinderen heb. Voor hen moet je je wel sterk houden. Je wordt mega-creatief en kunt ze blijkbaar prima entertainen met lijm en doppen, liedjes zingen en slechts één dvd. Daarnaast kun je niet gaan stampvoeten en hardop schelden als die ellendige bureaucratische procedures weer eens tegenzitten.
Ik word niet meer afgezet
Een aantal zaken helpen bij het wennen aan een nieuw land en een vreemde cultuur. Bijvoorbeeld dat ik nu de taal begin te beheersen en de prijzen van de meeste dingen weet. Ik koop wortels en tomaten dus niet meer 3x zo duur als mijn buurvrouw. En als een taxi-mannetje me weer wil afzetten (wat helaas bijna elke keer gebeurd), dan heb ik mijn weerwoord – in het Luganda – klaar: “tsss, dat kost ècht niet zoveel, ik ga wel lopen”.
Ook het hebben van een dagelijkse routine (lees: een doel) heeft veel aan mijn gewenning bijgedragen. Om 06:45u springen de kids bij ons in bed, om 7:45u naar school, mama daarna aandacht voor de baby en schrijven, 12:00u de kids ophalen, 12:30u eten, 13:00u de twee jongste naar bed en Zora 1-op-1 aandacht geven, 15:00u iedereen wakker en tijd voor Hollandse Koppiestijd, 17:00u fruittijd, 18:00u etenstijd, 19:00u baddertijd en 20:00u bedtijd. Overzichtelijk toch?
Heel hard sparen
Sommige dingen blijf ik moeilijk vinden. Zo vind ik zeer weinig aansluiting bij andere vrouwen omdat ons referentiekader gewoon tè verschillend is. Ze vinden me nog steeds wat eng of willen altijd iets van me. Onze gesprekken gaan niet verder dan “Hallo, hoe gaat het ermee? Goed. En met de kinderen? Ook goed. Oké dag!” Wat ik ook erg mis zijn de speelafspraakjes en clubjes. Zou het niet fantastisch zijn als ze ook hier op muziekles of peutergym kunnen? Ik vind dat ik ze hierdoor iets onthoud in hun ontwikkeling en het is maar goed dat zij niet beter weten. Ik helaas wel.
Ook mis ik hier mijn vrijheid; in Nederland ging ik zeker eens per week op pad (zwembad, speelparadijs, strand, etc.). Hier ga je er zonder auto niet vaak op uit, dus hopelijk kunnen we later dit jaar een auto aanschaffen als we er heeeel hard voor sparen.
Ja hoor, ik ben gewend!
Er zijn in het begin dingen geweest waarvan ik dacht dat ik er echt nooit aan zou kunnen wennen. En verbazingwekkend genoeg kan dat dus wel! Zoals: koud douchen, geen magnetron hebben (can you imagine!), de hele dag een laagje zweet op je meedragen, slapen onder een klamboe (de eerste paar keer raak je er nog in verstrikt bij het opstaan, maar inmiddels niet meer) en af en toe gasten krijgen waarvan je niet weet – of mag vragen – wanneer ze weer weggaan.
Maar al met al vind ik dat we het hier goed doen. We hebben in de afgelopen maanden veel diepe dalen gekend en het is dan behoorlijk moeilijk om een leuke moeder/vrouw te zijn met slaaptekort + heimwee + financiële crisissen + geen vrienden om je heen om bij uit te huilen. Op persoonlijk vlak ben ik daardoor heel snel heel hard gegroeid. Ja, ik ben sterker en creativer dan ik dacht, ècht heel flexibel en kan nu veel beter relativeren. Ik weet dat ik moeilijke situaties gewoon aankan. Dat ik mijn kinderen gelukkig kan maken ongeacht waar we zijn, gewoon door bij ze te zijn. Dus voorlopig blijven we hier. Gewoon lekker thuis.