Ik heb een hekel aan kamperen, horror en slechte alcoholvrije rosé. Tot mijn grote frustratie is mijn kampeertax in de eerste weken hier al ruimschoots overschreden doordat we één dag geen elektra en drie dagen geen water hadden. Nu kan geen elektra op zich romantisch zijn, maar hier is het ronduit onhandig.
Het is misschien een half uurtje leuk, want overal worden kaarsjes neergezet (“Nee, niet op de grond!!”). Maar als het dan om 19.00 uur donker wordt, is het ook echt stikdonker. En dan kun je dus geen warm water maken voor een bad, want de waterkoker – verreweg het meest gebruikte item hier in huis – doet het niet. Ik kan niet even snel melk opwarmen voor Patrick’s flesje (want dat doen we ook in de waterkoker) of ’s avonds nog even een lekker kopje thee voor mezelf zetten (tja, waterkoker…).
Thank God voor regenseizoen!
Binnenshuis geen water hebben is helemaal a-relaxed. Gelukkig is het nu regenseizoen en zit er altijd voldoende water in de regenton, maar je loopt je helemaal suf te sjouwen met emmers water om het toilet door te spoelen (ik til alleen halve emmers en probeer het zoveel mogelijk te delegeren aan man of werkster). En natuurlijk kregen we net tijdens één van onze ‘kampeerdagen’ Nederlandse gasten over de vloer – wat dan wel weer heel gezellig was – nou, die kregen meteen een echte ‘African-experience’ op hun bordje. Maar ze hebben het karig doorstaan!
Koken op een houtvuurtje
En dan zijn we nog niet eens op visite geweest bij mijn schoonmoeder in het dorp (zo één met van die hutjes). Zij woont dan wel in een stenen huis, maar de faciliteiten daar laten erg te wensen over. Zo is de waterpomp elke keer als we daar komen stuk (dus weer sjouwen met emmers…) en valt de elektra meer uit dan dat het aan staat. En om het kampeergevoel compleet te maken wordt er gekookt in een klein hutje op – jawel – houten takken.
Als net nieuw aangetrouwd familielid was ik de vorige keer zo stom om mijn hulp aan te bieden bij het koken. Al na 10 seconden gebukt met drie vrouwen in die hut te hebben gestaan, kreeg ik al geen adem meer…
M’n baarmoeder sloot zich acuut
Dan de horror… Stel je een kale betonnen kamer voor met in het midden een grote stoel waaraan een soort van ijzeren stijgbeugels (die je ook aan een paardenzadel hebt) bevestigd zijn…. Heb je het? Nou, dat is dus de bevalkamer van één van de ziekenhuizen die we hebben bezocht. Dat wordt ‘m dus niet! Ik kreeg er echt de kriebels van en mijn baarmoeder sloot zich acuut bij dit aanzicht.
Private room please!
Voor mijn reguliere checks tot aan week 37 hebben we nu hier in de wijk een klein ziekenhuisje gevonden. Ook vrij aftands (daar vertel ik later graag meer over), maar goedkoop en met een vriendelijke dokter die prima een bloeddruk en Hb kan meten. Daarna ga ik ‘over’ naar een speciale beval- en vruchtbaarheidskliniek hier in de buurt waar ze – thank God – een hele mooie private room hebben die niet onder doet voor een kraamsuite in een Nederlands ziekenhuis (hoewel er nog best een leuk behangetje op de muur zou mogen). De Indiase gynaecologe spreekt niet perfect Engels, maar ik ben ook niet van plan om gezellig met haar te gaan kletsen tijdens het persen…
Positief denken
Ik moet mezelf hier wel af en toe streng toespreken dat ik positief moet blijven denken. Ook al valt dat niet altijd mee in een onaf huis en met je halve inboedel nog in een zeecontainer. Gelukkig zijn er ook voldoende pluspunten: zo ben ik al super bruin geworden (ik ben geloof ik de enige die dat hier vind), hebben de kinderen het erg naar hun zin in de speelkamer en de tuin, hoef ik niet te werken en heb ik hier nog geen alcoholvrije rosé kunnen vinden.