In een vreemd land grijp je als moeder weer terug naar de basisbeginselen waar het de gezondheid van je kinderen betreft. Zo check ik elke dag even achterin hun nek of ze koorts hebben.
Ook houd ik controlfreakerig bij hoeveel ze hebben gegeten/gedronken/geplast. En de kleur en structuur van de poep is opeens weer een interessant onderwerp van gesprek, net zoals toen ze nog een baby waren.
Aanpassing kind
Ik vind het echt wonderlijk hoe snel kinderen zich aanpassen aan het wonen in een ander land. Het is voor hen gewoon iets vanzelfsprekends; ze hebben hier hun speelgoed en papa en mama, dus dan is het goed. Een andere taal, andere vriendjes, het deert ze niets.
Zo nodigde Zora laatst op één van haar imaginaire feestjes een heel internationaal gezelschap uit; aunti Sjeen, juf Ellen, neefje Justin en het paard van tante Esther waren allemaal uitgenodigd. En als ze vraagt of we bij opa en oma gaan eten en ik zeg dat dat niet gaat omdat ze in Nederland wonen, dan is het ook al gauw weer goed.
Ze spreken al wat Ugandees
De twee oudste kinderen spreken inmiddels beide al wat Ugandees (Luganda). Zo jaagt Patrick heel enthousiast vliegen weg met “waajo” (ga weg) en spreekt Zora tegen hun speelmaatje Pipi – het 3-jarige zoontje van onze huurster – een mooie talenmix. “Djangu” (kom), “nedda” (nee) en “nsagala” (dat wil ik niet) komen vaak voorbij, afgewisseld met “ik hoor de zifzaf” – met dank aan Zappelin haha.
Patrick weet zich inmiddels ook uitstekend uit te drukken. Ik was helemaal vergeten hoe goed je je duidelijk kunt maken met de letter T in combinatie met een willekeurige klinker. Zijn verzoeken beginnen meestal met “papa!” of “mama!” opgevolgd door “taat/taate/tati” (ik wil kaas/water/chapati) of “tata/toto/titi” (ik zie een eend (embata), kip (koko) of baby).
“Nee hoor, ik ben niet zwart”
Het gebrekkige Engels levert soms grappige situaties op. Zo zei ons nichtje Sharon laatst: “Zora, you look smart”. Zora’s ad rem reply: “Nee hoor, ik ben niet zwart. Papa is zwart, ik ben bruin en mama is wit.” En op de regelmatige terugkerende vraag “Hello baby, how are you?” zei ze destijds heel beleefd: “Ik ben geen baby, die zit in mama’se buik”.
Tropen-skills
Al met al geeft het leven hier een geheel nieuwe betekenis aan Tropenjaren, want we hebben de kinderen direct wat ‘tropen-skills’ aangeleerd. Zo kan Patrick nu goed uit een petfles of beker drinken (want: beter schoon te maken dan zo’n rietjesfles) en weet Zora goed wat de schaduw is en dat ze daarin moet spelen. Wel is het lastig om Patrick te leren dat hij geen dingen van de grond eet of verkeerd water drinkt. Tja, hoe leg je een jochie van 1 jaar uit dat hij wel water uit een fles mag drinken, maar niet uit de kraan?!
Hele dagen buitenspelen
Een groot voordeel is dat ze hier de hele dag buiten kunnen spelen, dus zich prima vermaken met de loopauto, step en lekker kliederen met water. Af en toe vragen we drie kindertjes uit de buurt om bij ons te komen spelen. Ja, we discrimineren hierbij heel streng tussen de ‘vieze’ en ‘schone’ kindjes of ze door ons worden goedgekeurd als speelmaatje. De ‘schone’ kindjes wonen in nette huizen, dragen nette kleren en gaan ook naar school. De ‘vieze’ kindjes hangen de hele dag op straat (met snot, stof en zonder pamper), dus die willen we liever niet over de vloer hebben i.v.m. ziektes.
Prinsesjesgedrag
Waar de kinderen zich dus uitstekend aanpassen, hoor ik mijn man weleens zuchten als zijn 100% Hollandse vrouw weer eens prinsesjesgedrag vertoont (“Ik wil NU internet! Ik wil NU broccoli!”). Laatst had hij mij erop uit gestuurd naar BROOD – hier in het centrum van Kampala. Nou, blijer kun je mij niet maken, want hier kun je Hollands meergranenbrood en krentenbollen kopen en ook heerlijke ‘sappige’ muffins (niet van die droge half-cakes die ze hier hebben). Hier heeft hij veel punten mee gescoord!