Ik heb sinds eind vorig jaar drie tieners in huis. En een zevenjarige. Oneerlijk! Althans, volgens de jongste. Want waarom mogen zijn broer en zussen nog wel om half acht ‘s avonds naar buiten en hij niet? En waarom moet hij sowieso als eerste naar bed?
Het deed mij beseffen dat kinderen ‘oneerlijkheid’ in heel andere dingen zien dan wij. Ik deed hier – speciaal voor u – een klein onderzoek naar.
Vinger opsteken
De meeste oneerlijke situaties gebeuren blijkbaar op school. Zoals het feit dat de juf jou niet de beurt geeft als je wel je vinger opsteekt en dus het antwoord weet. Goed punt. Mijn oudste voegde hieraan toe: “Waarom zijn de vragen op een toets niet precies gelijk aan de vragen uit het boek? Want die leer je nu eenmaal.” Tja, oneerlijk inderdaad, al denk ik daar als docent anders over.
Piepjestest
Een ander mooi voorbeeld werd door de zoon van een vriendin genoemd. U kent vast wel die test waarbij je tussen twee pionnen heen en weer moet rennen, terwijl het tempo met piepjes wordt aangegeven (en verhoogd). De ‘piepjestest’, ofwel de Coopertest. Totaal oneerlijk volgens hem.
Dat zit ‘m in de andere beoordeling van jongens en meisjes op deze test; jongens moeten een ‘trap’ meer rennen. Het idee hierachter is natuurlijk dat jongens meer spiermassa hebben en dus fysiek sterker zijn dan meiden. Oneerlijkheid ten top, volgens deze puberjongen. En, zo voegde hij slim aan zijn betoog toe, waarom worden jongens dan niet anders beoordeeld op hun werkjes bij handvaardigheid? Want die kleine motoriek, daar zijn meiden beter in.
Geen vrede op aarde
Allemaal goede punten. En interessant om de oneerlijkheid van de wereld eens door de ogen van kinderen en pubers te zien. Heel wat anders dan wat wij zien: oorlog in Oekraïne en Gaza, hongerige kinderen in Sudan, lieve mensen die te vroeg overlijden, armoede in Nederland, en ga zo maar door. Geef mij dan maar liever een lagere score met de piepjestest. Mijn nieuwe voornemen: geen vrede op aarde, niet afvallen, maar meer eerlijkheid.